vrijdag 23 mei 2014

Het dynamische uitlijnlatten duo

De website van Velomobiel.nl bevat een nogal moeilijk te begrijpen pagina voor mensen die alleen maar hard willen rijden door hun voeten in het rond te slingeren ;-)
De MacPherson wielophanging is dan ook redelijk complex maar nu eenmaal nodig om een velomobiel af te veren en prettiger te laten sturen. Zelfs bij auto's is het nog altijd maar een benadering van de ideale situatie. Waarbij de spoorbreedte bij het inveren altijd wat verandert. Neem van mij aan dat op de site staat "Door de axiale draadeinden even lang te kiezen hoef je niet in onze velomobielen te gaan zitten om de wielsporing af te stellen". Maar plaatjes A en D laten zien dat er ook dan nog het een en ander 'gebeurt' met de wielpositie tijdens het inveren :-)
Ook wordt door hen een richtbok ("richtmeter") verkocht. Waarmee je er echter nog lang niet bent!
Als je kijkt hoe de stand van de wielen is (de zgn. Ackermann-hoek) van  ideaal  sturende voorwielen moet je concluderen dat er al direct na het verlaten van de rechtuitstand van de wielen uitspoor optreedt.
En alleen bij die rechtuitstand zouden de wielen dus parallel moeten lopen. Beslist niet eerder want dat zou betekenen dat je in de werkelijke rechtuistand toespoor creëert!
Het achterwiel moet in één lijn liggen met het balhoofd en dit zal (makkelijker te zien) ook de plaats zijn van de centrale koplamp. De parallelstand van de voorwielen moet dus tevens evenwijdig lopen met het achterwiel. En ook dit hoort met de lengte van de draadeinden (de stand van de kogelkoppen) bij de voorwielen in zijn te stellen.
Daarbij heb je zo-wie-zo dus al minstens 2 latten tegen (velgen van) de wielen nodig die je op evenwijdigheid controleren moet!
Omdat bij de Limit helaas ook de sporing zoals bij de FAW nog behoorlijk afhankelijk is van mijn lichaamsgewicht pleegde ik er eerst 70 kg aan steekgewichten in te leggen alvorens de afstand tussen de latten tegen de wielen op te gaan meten.

Door dat gewicht in de fiets komt er zoveel spanning op de spoorstangen dat ik daarna eerst een autokrik moest plaatsen onder het koetswerk om de kogel(s) uit te lichten.
Het zou me wat waard zijn als ik makkelijker te werk kon gaan. Met mijn eigen gewicht als ballast, door het stuur te verdraaien de evenwijdige 'rechtuitstand' te ontdekken. Door over mijn schouder naar de stand van een wijzertje te kijken.
Ik kan dan eenvoudigweg uitstappen om een kogelkop te verdraaien en weer instappen om het effect met ingeveerde wielen te beoordelen.
Zo'n machine heb ik nu uitgedacht en schematisch getekend in Paint.

De latten (geel) die ik aan de onderkant tegen de velgen klem kunnen onder de vm door bewegen. Ik lees de uitkomst  vanuit de fiets (toe- of uitspoor) af bij de rode pijl met een (scheer)spiegel die op de vloer staat.
Eenmaal geijkt hoef ik niets meer te meten. De rode pijl zit vast aan een touwtje (zwart lijntje) dat via geleidewieltjes in de uiteinden van de latten naar een oprolmechanisme loopt.

Dat oprolmechanisme staat onder een linksdraaiende veerdruk en heeft 2 gelijke oprolgeulen. Waardoor het touw vanaf beide zijden symmetrisch opgerold wordt.




De machine trekt zich dus niets aan van veranderingen in de spoorbreedte bij wisselende belastingen op de voorveren. Alleen de evenwijdigheid wordt inzichtelijk. Op een eenvoudige wijze eigenlijk!

Ter ontspanning na het gevraagde voorstellingsvermogen een stukje 'pop-art':


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen